Flexibele junk

 

 

We kennen allemaal wel een aantal jongeren die ernaar hunkeren de schoolpoort voorgoed achter zich dicht te trekken. Maar kent u ook exemplaren van het andere uiterste, stumperds op leeftijd die het echt niet kunnen missen om de benen onder een lessenaar te schuiven en hersenen en/of handen te laten bijscholen in een of andere discipline? Ik wel. Erger nog: ik ben zelf zo’n verslaafde. Heerlijk toch om minstens één avond in de week vaat, strijk, tv en ander dagdagelijks banaals in te ruilen voor een geestelijke update in groepsverband?

Op een bepaald punt in mijn leven leek een ontwenningskuur van minstens een paar jaar plots onontkoombaar. Drie aandachtopeisende zoontjes aan mijn rokken, een overuren draaiende echtgenoot aan mijn zij en de baksteen in onze maag… ze schreeuwden om ter luidst dat ik die vormingsdrug moest opgeven. Ik deed wat elke rechtgeaarde junk zou doen: uiterlijk capituleren maar slinks graaien naar elke shot die ik te pakken kon krijgen. Een miniserietje van vier avonden voor bouwlustigen, een lezinkje over straffen en belonen in de opvoeding of over de rol van ouders bij het leren leren… alles wat verantwoord genoeg oogde en zich binnen mijn gekortwiekte bereik situeerde, werd met gretige handen binnengerijfd. Diende er zich een poos niks interessants meer aan, dan waagde ik wel eens een voet op het dealerpad en ging met de harde kern van de oudervereniging zelf aan het organiseren. De aldus veroverde lessenreeks moderne wiskunde voor ouders werkte verfrissend als een oase in de woestijn. Onze vormingshonger wilde ook wel eens zeer aanstekelijk zijn. De initiatie seksuele opvoeding die wij destijds na een prospectiereis importeerden, viel bij leerkrachten en ouders dermate in de smaak dat ze na meer dan een decennium nog altijd in het vaste aanbod van het schooltje zit.

 

Na een droogleggingsperiode mogen vroeg of laat de flessen toch weer boven de toonbank verhandeld worden. Vooral de cursussen met enig informaticagehalte werden algauw getolereerd, ja soms zelfs gepromoot in mijn directe omgeving. Jaar na jaar stort ik me nu weer ongeremd op al dat lekkers. Een halfuur voor de les begint, sta ik op de speelplaats mijn vaste klasgenoot Reintje op te wachten. Reintje is ondernemend en enthousiast, Reintje is een heerlijke, rasechte strever. Zij leert haar les, zoekt zelf uitbreidingsleerstof op en bereidt de komende sessie voor. Reintje helpt haar medecursisten en stelt voortdurend vragen. Onze leraar van vorig jaar kreeg daar veel grijze haren van die hij zelfs met zijn Photoshop voor gevorderden niet verdoezeld kreeg. Ja, als er echte leergierigen in je publiek zitten, is het werken geblazen. Dan moeten je lessen goed voorbereid en doordacht opgebouwd zijn. Maak je ’t jezelf gemakkelijk omdat je meent dat je pupillen louter voor het kindergeld – o, pardon, voor de ‘kredieturen’ – komen, dan jaag je de Reintjes onder hen en ondergetekende niet minder, tegen je in het harnas. We steigeren en laten van ons horen. We willen waar voor ons geld, inhoudelijk én didactisch. Ja, we hangen de lastige leerling uit!

 

Het voorbije semester hebben we ons echter als modelleerlingen gedragen, collectief met de hele klas. U zult het niet geloven, maar we hadden zelfs graag zoals in vroegere tijden de boekentas van onze meester gedragen. Bij ontstentenis van zo’n anachronistisch attribuut, zeulden we dan maar met laptop, beamer en een bak vol harde schijven. Als tegenprestatie voor de overuren die onze goeroe presteerde om onze individuele digitale dromen te helpen weven. Wist hij niet zo dadelijk een strategie voor de vervulling van onze wensen te verzinnen, dan zette hij zich er thuis op te broeden. Op een of andere manier wist deze vaardige mentor tussendoor ook de losse elementen waaruit zo’n verzameling cursisten bestaat, te verweven tot een geheel met groepsgevoel. En kijk, zelfs in het enfant terrible van de groep – een wat rebelse jonge kerel met veel straffe verhalen – kwam het beste naar boven. Hij verontschuldigde zich bij de werkloze die hij het vorige semester beledigd had, knoopte een begin van een gesprek aan met de twee allochtone zusjes die hij tot dan toe smalend ‘de doekjes’ noemde en geen blik gunde, en trakteerde zowaar op een keer de hele bende.

Nog nooit vond ik het zo jammer dat in het volwassenenonderwijs het schooljaar al begin juni afloopt. Iedereen van de klas is van plan voort te studeren, maar onze wegen zullen onvermijdelijk scheiden. Mijn studiekeuze wordt niet makkelijk. Welke factor laat ik de doorslag geven: de leraar, de keuze van de meest close klasgenootjes of de leerstof? Wellicht wordt het gewoon het tijdstip waarop werk, thuisfront en verenigingsleven mij het best kunnen missen. Want zoals de meeste vrouwen van mijn generatie ben ik erg flexibel, zelfs in mijn verslavingen. Maar afkicken van het leerling-zijn, nee, dat zit er voorlopig nog niet in.

 

Loes Loyens

'Broodje cursief', Don Bosco Vlaanderen september-oktober 2007