Hyperactieve zeep

 

Jarenlang leek ik immuun. Hij mocht nog zo verleidelijk geurig en kleurig schuimen, voor geen enkele soap ging ik door de knieën. Tot de Desperate Housewives hun geheimpjes, vuile was en kleine kantjes breeduit op de beeldbuis kwamen etaleren. Dat uitvergroten, zo merk ik, kan helend werken. Voor de kijkers, niet voor de personages. Desperate housewife Lynette kreeg van de scenaristen een schattige baby met drie oudere broertjes: een levendige vijfjarige en een hyperactieve zesjarige tweeling. Dat drietal is zo vindingrijk in het kattenkwaad uithalen, dat het in real life het Guinness Book of Records zou halen. Hun moeder runde ooit een firma met 85 werknemers en het regende pluimpjes. Nu fluiten er alleen verwijten om haar oren. Dat zij geen discipline kan handhaven. Dat haar lieverdjes delinquenten zijn, terroristen.

Ik hoor het aan vanuit mijn luie stoel en voel me getroost: zo kolkend liep het hier ten huize nooit de spuigaten uit. Nochtans kregen ook wij een telg die van een ongewoon hoge energiestroom werd voorzien. Aan de gebruikelijke daluurtjes ’s middags had hij lak en zijn nachttarief gold slechts voor luttele uurtjes. Hij piekte onvermoeibaar door zijn dag, probeerde alles uit wat hem verboden werd en ketste elk gebod of verzoek af met een krachtig “nee”. Hij verzamelde builen, schrammen en blauwe plekken als waren het trofeeën, wist zijn vinger klem te krijgen in een piepklein gaatje en zijn hoofd tussen de spijlen van de trap. Hij verkende diverse spoedgevallendiensten en liet huisartsen hun vaardigheid met naald en draad demonstreren op zijn ledematen. Zijn impulsiviteit leverde een indrukwekkende collectie opmerkingen in schoolagenda’s en op rapporten op en hij versierde voor zijn oudjes ettelijke privé-afspraakjes met leerkrachten. Wij werden wat sneller grijs dan de doorsnee-ouder en de weerstand van onze zenuwen werd wat vaker uitgetest, maar het is nooit zo ver gekomen dat ik stiekem de Rilatine van mijn zoon moest slikken om het einde van de dag te halen, zoals die arme Lynette uit de soap.

 

Die Rilatine moest trouwens destijds nog aan zijn populariteitstournee beginnen. Voor ons bleef het een illustere onbekende. Als het in mijn apotheekkastje had gestaan, had ik het wondermiddel misschien wel clandestien in de melk van mijn petekind gekieperd … Af en toe kwam die schat een weekendje logeren zodat zijn ouders op adem konden komen. De exploten van ons eigen 'Meneertje 100.000 volt' zorgden dan wel voor vuurwerk, ze verliepen toch volgens voor ons herkenbare patronen. De rusteloze impulsen van het petekindje daarentegen lieten zich moeizamer interpreteren. Van troosteloze huilbaby evolueerde hij naar een peuter die zich nooit langer dan tien minuten met hetzelfde spelletje liet paaien.  Met de lijfspreuk “Nu ies anners”, dreef hij zijn neefjes tot wanhoop.
Hem entertainen werd algauw mijn privilege. Ik moest dan diep in mijn pedagogische trukendoos graaien. De ervaring had me al geleerd dat een rusteloze baby kalmeert voor het aquarium en dat tv-cartoons dezelfde uitwerking hebben op iets ouder grut (weliswaar met acrobatieën op het zitmeubel als nevenverschijnsel). Op het opgroeiende neefje werden ook nieuwe strategieën uitgetest. Hem afmatten met afwisselende opdrachten die zijn creativiteit op volle toeren lieten draaien, bijvoorbeeld.
Na een van die work-outsessies in het bos troffen we op het uitblaas-terrasje een bevriende kleuterjuf aan die de voorzienigheid daar, keurig getimed, gedropt had. Naast de vervaarlijk wiebelende drankjes kwamen er spoedig stoere verhalen op tafel. Verhalen over échte ADHD’ers die nóg meer in hun mars hadden dan mijn zoon en neefje. Verhalen over kasten die in een recordtempo werden uitgeladen, ja zelfs tegen de vlakte gingen met ei zo na desastreuze gevolgen. Verhalen over kindjes die met takken werden geslagen en juffen die op de buik werden geklopt om hun aandacht te vragen. Maar de juf wist ook een positieve noot te serveren: als je zo’n hypertje ongestoord en vrij aan de slag laat, kan die wonderlijk geconcentreerd en creatief uit de hoek komen. In een klasje met 25 kleuters is het echter niet zo vanzelfsprekend om ieder individuutje conform zijn aanleg te laten gedijen.

 

Onlangs mocht ik ervaren hoe knap sommige ouders daar in hun gezin wel in slagen. We zouden bijpraten met een wat uit het oog verloren oud-collega. We werden verwelkomd door een keffend hondje, dat bij nader inzien een lieve achtjarige bleek te zijn, door het dolle heen van opwinding over het bezoek. Tuimelend over zijn woorden verklapte hij binnen de minuut wat hij ons allemaal wou tonen: zijn speelgoed, zijn zwemkunsten, zijn fotoalbum, de taart die hij eigenhandig voor ons had gemaakt. Hij leek geladen met een flinke voorraad explosieven. Telkens als er eentje dreigde te ontsteken, grepen moeder en zusje in, onvoorstelbaar rustig, met kalmerende handen en structurerende toverformules. Ik ben nog steeds diep onder de indruk van het spectaculaire effect. De taart was bovendien heerlijk en ze belandde zonder ongelukken op ons bord.

Intussen kijk ik machteloos toe hoe waarlijk ‘desperate’ housewife Lynette volledig door het lint gaat. Kon zij maar eens op de koffie gaan bij de privé-coach van dat wakkere bakkertje …

 

Loes Loyens

'Pedagoocheltoeren, Don Bosco Vlaanderen juli-augustus 2005