| In de jungle |
|
Jarenlang was jij het zwakste broertje in het verkeer. De ongeschreven wet van de snelste en sterkste verplichtte je om als een gentleman iedereen te laten voorgaan. De jeugd zou te weinig sporten? Dat moet een fabeltje zijn: jij gebruikt je fiets constant als gymnastiektoestel. Vooral evenwichtsoefeningen spreken je aan. Behendig als een circusacrobaat manoeuvreer je tussen rijdende en geparkeerde vierwielers door. Plots openzwaaiende portieren en auto's die als een duiveltje uit een doosje opduiken uit een garage, maken je hindernissenparcours extra avontuurlijk. "Time is money", dat heb je ook al door. Wachten op een druk kruispunt is puur tijdverlies. Je maakt snel een kansberekening en je gooit je in de heksenketel. Ja, in tijd besparen ben je een kei. Je vieruurtje gebruik je dan ook al rijdend. Met papier en blikjes versier je de voortuintjes langs je route. Je leeft tenslotte in een wegwerpmaatschappij.
Nog niet zo gek, dat dagelijkse halfuurtje op de fiets! Stiekem fantaseer je er soms twee wielen en een een stevige motor bij. Je droomt er ook nu al van om met je vaders auto de discotheken af te schuimen. En zelfs in je moeders dromen heb je al een stuurwiel in je handen. Zij krijgt nachtmerries telkens als het woord 'wekendslachtoffer' opduikt.
Luce Rutten
|
| Brug, rubriek 'Door moeders bril bekeken', september 1994 |